Sharing is caring
  • 6
    Shares
 
Vanaf 1 mei gelden nieuwe regels voor ondernemingen in financiële moeilijkheden. Vrije beroepen kunnen voortaan failliet gaan en een nieuwe start wordt makkelijker. Niet iedereen is daarmee opgezet. Leveranciers dreigen met lege handen achter te blijven.

1. Ook vogelpikclubs kunnen over de kop gaan

Alle ondernemers kunnen voortaan een gerechtelijke reorganisatie aanvragen of failliet gaan. Een reorganisatie is bedoeld voor eenmanszaken en ondernemingen die slechts tijdelijk in financieel zwaar weer verkeren. Mits een tijdelijke bescherming tegen de schuldeisers en een reorganisatie kunnen ze de problemen het hoofd bieden. Een faillissement betekent de liquidatie van bedrijven die niet meer in staat zijn hun schulden te betalen en die ook geen uitzicht op beterschap hebben.

Een reorganisatie of een faillissement is vanaf 1 mei mogelijk voor alle natuurlijke personen die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen. ‘Dat wordt zeer breed geïnterpreteerd’, zegt Annemie Moens, advocaat gespecialiseerd in insolventierecht en voorzitster van de commissie curatoren bij de Orde van Vlaamse Balies (OVB). ‘De nieuwe regels gelden voor alle professioneel actieve personen met uitzondering van werknemers of wie een job zoekt.’

Vrije beroepers zoals artsen, advocaten, notarissen, architecten, accountants, dierenartsen of kinesitherapeuten kunnen voortaan een reorganisatie doorvoeren of over de kop gaan. Hetzelfde geldt voor uitbaters van kinderdagverblijven, kunstenaars, juwelenontwerpers, componisten en zelfs voor particulieren die regelmatig een kamer verhuren via Airbnb of als zelfstandige Uber-chauffeur werken.

Faillissementen voor 1 mei
volgen Oude regels

Om te bepalen welke regels van toepassing zijn is de datum van 1 mei cruciaal. De nieuwe regels gelden alleen voor de faillissementen die vanaf 1 mei worden uitgesproken. Op de faillissementen die eerder zijn uitgesproken blijven de oude regels van toepassing.

Ook zaakvoerders en bestuurders van vennootschappen vallen onder de nieuwe regels. ‘Een zaakvoerder van een kmo die zijn persoonlijke socialezekerheidsbijdragen niet betaalt, kan door zijn sociale verzekeringskas gedagvaard worden en persoonlijk failliet verklaard worden. Dat heeft ingrijpende gevolgen. Zijn volledige persoonlijke vermogen valt dan in het faillissement en kan verkocht worden om met de opbrengst de schuldeisers te betalen’, zegt Moens.

Een andere grote uitbreiding is dat niet alleen ondernemingen, maar alle rechtspersonen een gerechtelijke reorganisatie kunnen aanvragen of failliet kunnen gaan. De nieuwe regels gelden ook voor stichtingen, maatschappen of vzw’s zoals ziekenhuizen, rust- en verzorgingstehuizen of sportclubs.

‘Zelfs feitelijke verenigingen kunnen met een faling geconfronteerd worden’, zegt Moens. De voorwaarde is dat de feitelijke vereniging winsten uitkeert aan haar leden of aan personen die een beslissende invloed uitoefenen op het beleid van de organisatie. ‘Denk aan clubleden die elke week samenkomen in een lokaal café om voor een paar euro’s een rondje te vogelpikken en er op de poef te drinken. Als die schulden niet worden betaald, kan de caféuitbater het clubje dagvaarden in faillissement’, illustreert Moens.

De vakbonden blijven buiten schot. ‘Het gaat om organisaties die geen winst uitkeren en daarom niet failliet kunnen gaan’, zegt Moens.

Behalve voor werknemers, werkzoekenden en vakbonden is een faillissement onmogelijk voor publieke overheden als de federale staat, de gemeenschappen, de gewesten, de provincies of de gemeenten.

Banken en verzekeraars zijn een buitenbeentje. Ze kunnen wel failliet gaan, maar geen gerechtelijke reorganisatie doorvoeren.

2. Zo snel mogelijk een tweede kans

Eenmanszaken, ondernemers die hun activiteiten niet in een vennootschap hebben ondergebracht, verdienen een tweede kans. Dat is het uitgangspunt van de nieuwe wetgeving. Ze moeten zo snel mogelijk over de middelen beschikken om een andere of gelijkaardige activiteit op te starten.

Daarom kunnen ze voortaan een volledige of een gedeeltelijke kwijtschelding van de restschulden krijgen. Dat zijn de schulden die overblijven nadat de curator de goederen van de failliete ondernemer heeft verkocht en de opbrengst heeft aangewend om de schuldeisers zo veel mogelijk terug te betalen.

Voor sjoemelende ondernemers is een kwijtschelding van hun schulden een zegen.
Annemie Moens curator

Voor de curatoren en de schuldeisers klinkt die kwijtschelding als vloeken in de kerk. ‘Ik begrijp dat ondernemers die ongeluk hadden en te goeder trouw zijn een kwijtschelding krijgen’, stelt Moens. ‘Maar voor sjoemelende ondernemers is ze een zegen.’

De kwijtschelding gebeurt bijna automatisch. De failliete ondernemer moet ze alleen binnen drie maanden na de bekendmaking van het faillissementsvonnis aanvragen. Hij moet de afwikkeling van het faillissement niet afwachten. Bovendien is de rechtbank verplicht de kwijtschelding toe te kennen. De rechters mogen niet onderzoeken of de ondernemer de kwijtschelding verdient en of hij gesjoemeld heeft.

Alleen de schuldeisers, de curator en het openbaar ministerie kunnen roet in het eten gooien. Ze kunnen bezwaar aantekenen, maar dan moeten ze aantonen dat de gefailleerde een grove fout heeft begaan die tot het faillissement geleid heeft. Dat is in de praktijk moeilijk hard te maken.

‘Het is jammer dat de rechtbanken, in tegenstelling tot nu, volledig buitenspel worden gezet’, zegt ook Unizo-topman Danny Van Assche. ‘Het wordt frauderende ondernemers wel erg gemakkelijk gemaakt.’

Volgens de curatoren gaat de wetgever te ver in de bescherming van de failliete ondernemer in het nadeel van de leveranciers en de andere schuldeisers. ‘Ook omdat veel eenmanszaken op de datum van het faillissement vaak geen actief meer hebben dat we nog kunnen verkopen’, zegt Moens.

Loon

In tegenstelling tot nu kunnen curatoren geen beslag meer leggen op het loon dat de ondernemer na de uitspraak van het faillissement verdient. Nu kunnen ze een deel van dat loon opeisen om de schulden af te betalen. Voortaan behoort het loon aan de ondernemer toe, zodat hij opnieuw een vermogen kan opbouwen.

De curatoren kunnen ook geen beslag meer leggen op de inkomsten die de ondernemer na de uitspraak van het faillissement te beurt vallen, zoals een erfenis. ‘Een sjoemelende ondernemer die een aanzienlijke erfenis verwacht, kan zich failliet laten verklaren. Dan is hij niet alleen van zijn schulden verlost, maar kan hij ook de erfenis binnenrijven zonder dat de schuldeisers daar aanspraak op kunnen maken’, stelt Moens.

De curator vreest dat failliete eenmanszaken wel erg gemakkelijk carte blanche krijgen om een doorstart te maken. Ze sluit misbruiken niet uit.

Dyzo, de organisatie die failliete ondernemers bijstaat, wijst op de andere kant van het verhaal. ‘Nu gebeurt het dat de curator wacht met het faillissement tot de betrokkene een huis erft of tot hij 65 jaar is, zodat het kapitaal van een aanvullend pensioen ook in het faillissement valt’, zegt Dyzo-woordvoerder Olivier Delaere. ‘Dat is voortaan niet meer mogelijk.’

3. Minnelijke oplossingen krijgen extra stimulans

Een ondernemer in financiële moeilijkheden kan een minnelijk akkoord sluiten met een of meerdere schuldeisers. Dat kan nu ook, maar vaak zijn schuldeisers daar wat huiverachtig over omdat ze weinig garanties hebben dat de overeenkomst wordt nageleefd. ‘Die drempel wordt verlaagd’, zegt Hanne Onraedt, juridisch medewerker van Dyzo.

Vanaf 1 mei kan de ondernemer een overeenkomst met minstens twee schuldeisers sluiten en kan hij hun bepaalde zekerheden geven. Als er een faillissement volgt, moet de curator de overeenkomst eerbiedigen en kan hij de gegeven waarborgen niet terugeisen.

Een ondernemer kan zijn Jaguar aan een schuldeiser geven om zijn schuld in te lossen. Als hij wat later failliet gaat, kan de curator die auto niet meer terugeisen.
Annemie Moens curator

‘Een ondernemer kan zijn Jaguar aan een schuldeiser geven om zijn schuld in te lossen. Als de ondernemer een lening van 80.000 euro heeft lopen, dan kan hij met de kredietgever afspreken dat hij een deel van het krediet vervroegd terugbetaalt, bijvoorbeeld op 1 oktober in plaats van op 1 december 2018. Als de ondernemer later failliet gaat en hij het akkoord met minstens twee schuldeisers in het centraal register solvabiliteit heeft laten opnemen, moet de curator dat akkoord eerbiedigen. De curator kan de Jaguar en de betaalde 50.000 euro niet van de schuldeisers terugvorderen’, geeft Moens aan. ‘Nu is dat wel mogelijk als de transacties plaatsvonden in de verdachte periode van zes maanden voor het faillissement. De curator blijft steeds meer met lege handen achter. Dat is slecht nieuws voor de andere schuldeisers’, besluit Moens.

Als de ondernemer het minnelijk akkoord niet naleeft, en niet tot de vervroegde terugbetaling van 50.000 euro overgaat, kan de schuldeiser naar de rechtbank stappen om het minnelijk akkoord te laten homologeren. Dat betekent in de praktijk dat het de waarde van een vonnis krijgt. De schuldeiser kan daarmee naar een gerechtsdeurwaarder stappen om te verzekeren dat de ondernemer de 50.000 euro betaalt.

Een ondernemer kan voortaan ook een ondernemingsbemiddelaar aanstellen. Dat kan zonder formaliteiten. Het doel van zo’n bemiddelaar is dat hij de ondernemer helpt met een herstructurering, ongeacht of dat onder het toezicht van de rechtbank gebeurt of niet.

‘Gelegaliseerde sterfhuisconstructie blijft overeind’

Een bedrijf dat alleen tijdelijke betalingsmoeilijkheden heeft en nog een mogelijkheid ziet om erbovenop te geraken, kan sinds 1 april 2009 een gerechtelijke reorganisatie aanvragen dankzij de wet op de continuïteit van de onderneming (WCO). Bedrijven die een beroep doen op de WCO zijn beschermd tegen schuldeisers in afwachting van een reorganisatie. Ondertussen kunnen de schuldeisers geen beslag leggen op de goederen van het bedrijf.

De WCO leidde tot een storm van kritiek omdat ze tot concurrentievervalsing leidt. Ondernemingen die met een beslag geconfronteerd worden, misbruiken de WCO. Zodra een bedrijf een verzoekschrift in het kader van de WCO neerlegt, kan de openbare verkoop van de in beslag genomen goederen niet doorgaan.

Die ontsnappingsroute wordt nu bemoeilijkt. De onderneming beschikt wel over drie mogelijkheden om er weer bovenop te komen.

Het bedrijf kan proberen met minstens twee schuldeisers een akkoord te bereiken, maar dat is omslachtiger dan een akkoord buiten de rechtbanken om.

Het kan ook proberen een collectief akkoord met al zijn schuldeisers te bereiken. Tot nu kon een onderneming aan haar schuldeisers vragen 85 procent van hun schuldvordering kwijt te schelden. Dat wordt tot 80 procent beperkt.

Tot slot kan het bedrijf proberen de minder winstgevende activiteiten te verkopen, de zogenaamde overdracht onder gerechtelijk gezag. Advocaten spreken over een gelegaliseerde sterfhuisconstructie. ‘In de praktijk gebeurt het vaak dat de bedrijfsleiding de onderneming uitkleedt en als dat gebeurd is, de boeken neerlegt zodat voor de schuldeisers nauwelijks iets overblijft.’ Aan die mogelijkheid verandert niets.

Bron: De Tijd

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *